De autismehond
Wetenschap
|
19 Maart 2011 | 17:53:22
Yoda is inmiddels een jaartje of 10? 12? Misschien wel
ouder. Ik weet het niet eens meer. Yoda is een grijze, rommelige, langharige
hond van het type asbak. Ze blaft altijd als de deurbel gaat en komt als ze
uitgeblaft is gezellig bij je staan omdat ze het leuk vind om eventjes
aangehaald te worden. Niet te lang en niet te close. Buitenstaanders moeten
haar niet knuffelen, dat vind ze niks. Wat ze wel goed kan was keepen. En dat
vond ze ook heel leuk. Inmiddels kan ze dat niet meer zo goed vanwege de
leeftijd, maar in haar jongere jaren was ze de Van der Sar van het
balletjes-vangen-die-je-met-je-voet-naar-haar-toe-schoot.
Mijn neefje heeft Asperger, al sinds zijn geboorte
uiteraard. Het is een schat van een jongen. Vaak vrolijk en hij praat graag
over alles wat hem bezig houdt. Vroeger wist hij echt heel veel over Pokémon,
maar ook over You Gi Oh-kaarten. Dat weet hij nog steeds wel, maar hij is er
niet meer zo mee bezig. Er zijn nu andere helden. Als je bij hem thuis komt
doet hij graag de deur open, grijnst je met een heel welgemeende lach tegemoet
en is oprecht blij dat je er bent. Knuffelen vindt hij maar niks, behalve met
zijn oma. En zijn pappa en mamma natuurlijk. Maar anderen krijgen een hand en
dat is meer dan genoeg. Hij vind het heerlijk om te vertellen over de studie
die hij na zijn HAVO wil gaan doen: Japans studeren en dan een opleiding tot
computergame programmeur. Daarna gaat hij naar Japan om bij Nintendo te gaan
werken.
Op de school van mijn neefje zijn meer kinderen met Asperger,
ADHD, PPD-NOS, en allerlei andere vormen die op het autistisch spectrum liggen.
Zo heet dat. De school is speciaal ingericht met leerkrachten die speciaal
getraind zijn om deze kinderen met engelengeduld en met vakkennis op te leiden
zodat ze het beste uit zichzelf halen, en ondanks hun autistische hobbels een
gewoon middelbare school diploma halen dat past bij hun intelligentie. En die
is doorgaans niet laag!
Nog even en onze Vaderlandsche bestuurders gaan de bijl in
het speciaal onderwijs zetten. Mijn neefje en alle andere neefjes en nichtjes
met een niet-alledaags gedrag of beperkte vaardigheid gaan dan gezellig met uw
neefjes en nichtjes, waarvan de leervaardigheid gelijke tred houdt met de
standaard lesmethoden, naar school. Dat is niet zo leuk voor mijn neefje en de
andere neefjes en nichtjes met beperkte vaardigheden, want de meesters en
juffen hebben nl. nog 28 neefjes en nichtjes met gewone vaardigheden waar ook
het beste uitgehaald moet worden. En dat gaat niet lukken.
Gelukkig is er tegenwoordig naast de Blindegeleidehond ook
de Autismehond. Een speciaal getrainde hond waar het neefje of nichtje met
beperkte sociale vaardigheid voor kan zorgen, tegen kan praten en genegenheid
bij kan voelen. En die een beetje op hem let! (1) Dat dit niet alleen voor de
troetel is blijkt uit Canadees speekselonderzoek waaruit gebleken is dat
kinderen met een autistische stoornis met een autismehond een lagere
ochtend-cortisolspiegel hadden dan zij die niet zo’n hond hadden. Kortom,
minder gestressed (2). Problematisch gedrag was significant lager wanneer een
dergelijk kind vergezeld wordt door een autismehond. Dit moeilijke gedrag kwam
weer terug als de hond bij het kind werd weggehaald.
Misschien vinden de meesters en juffen uit het speciaal
onderwijs het raar om vergeleken te worden met een autismehond, maar je kan er
op wachten dat problematisch gedrag van autistische kinderen toe gaat nemen als
deze kinderen niet meer de aandacht krijgen van deze getrainde leerkrachten.
Maar ja, de bestuurders willen dat ze ‘samen naar school gaan’. Gelukkig heeft
mijn neefje Yoda nog.
2. Viau R, Arsenault-Lapierre G, Fecteau S, Champagne N,
Walker CD, Lupien S. Effect of service dogs on salivary cortisol secretion in
autistic children. Psychoneuroendocrinology (2010) 35:1187-1193.
E156 tot en met E562
Feestdagen
|
31 December 2010 | 17:57:27
Tegen het einde van het jaar is het altijd een mooi moment
om even terug te kijken en weer vooruit. Wat is geweest en wat gaat komen? Dat
houd je zo’n beetje bezig. Lekker Top2000 luisteren naar alle oude liedjes, en
veel heel mooi vinden. Toen niet, toen ze uitkwamen. Het is de nostalgische
saus die het lekker maakt. Tijdens dat opruimen stuitte ik weer eens op een
paar stapeltjes oude enveloppen. Bijzondere enveloppen!
Een paar jaar geleden zei ik al eens tegen mijn zoon dat ik
even naar een postzegelhandel op het Scheldeplein in Amsterdam. Ik kocht daar
toen enkele pakjes met inschuifhoezen voor Eerste Dag enveloppen. Wat? Eerste
Dag enveloppen? Ik heb hem uitgelegd dat het enveloppen zijn met een postzegel
er op en een stempel waarbij het ontwerp van postzegel, enveloppe en stempel op
elkaar zijn afgestemd en zo een geheel vormen. Ze zien er leuk uit.
Mijn zoon’s wenkbrauwen stonden hoog en zijn blik straalde
verbazing uit. Nee, hij wist niet dat zijn vader een ‘groot filatelist’ was.
Nou, dat was ik beslist niet en had ook absoluut geen ambities om dat te
worden. Maar waarom had ik die dingen dan?
In 1977 kreeg ik mijn eerste Eerste Dag enveloppe van mijn
jongste broer. Het was nummer E156 met daarop een postzegel met een afbeelding van
een fragment van de Delftse Bijbel. Aan die postzegel zat nog een aanhangsel.
Een zegeltje met wat extra informatie, maar zonder waarde. Hij heeft me die
Eerste Dag enveloppe echt toegestuurd. Dus naar het postkantoor gegaan, daar de
betreffende enveloppe gekocht met postzegel, mijn adres - ouderlijk huis
uiteraard, ik was toen negen – erop geschreven en gepost. Vanaf dat moment
spaarde ik FDC’s, First Day Covers zoals ze ook wel worden genoemd.
Mijn vader werkte toen bij een fabriek waar ook een klein
knokig mannetje rondliep met een wat bleke huid. Hij heette Meneer Mensinga,
hij was de boekhouder. Dit mannetje spaarde ook postzegels. Veel postzegels.
Maar ook Eerste Dag enveloppen. Hij had een relatie met de zgn. NVPH, de
Nederlandse Vereniging van Postzegel Handelaren. Daar kocht hij van elke Eerste
Dag enveloppe er vierenvijftig. Ja, u hoort het goed, van elke 54 stuks! Zijn
flatje in het donkerste zuiden van Limburg was dan ook een opslaghuis van
doosjes met Eerste Dag enveloppen en postzegels. Ook spaarde hij kranten. Het
flatje lag zo vol met doosjes en kranten dat het niet onmogelijk was dat hij
naast de verzameling Eerste Dag enveloppen ook zijn Krantenverzameling compleet
had. En ergens tussen die doosjes en kranten zat dat mannetje dus. Hij had een
vrouw en een dochter. Er werd beweerd dat hij liever zijn vrouw verkocht dan
zijn postzegel en Eerste Dag envelop-verzameling. Ik kon me daar ergens wel
iets bij voorstellen, maar het leek me dan wel belangrijk om het dan ook gelijk
te doen. Zijn dochter was hem blijkbaar liever. Het gerucht gaat de ronde dat
hij ooit een deel van zijn verzameling verkocht heeft om daarmee het huis van
zijn dochter te bekostigen. Nu gaat het niet erg goed met het vastgoed in
Zuid-Limburg, maar ook dat leek me een zinvolle keuze.
Welnu, dat mannetje wilde – maar alleen omdat mijn vader een
collega van hem was – wel van elke Eerste Dag enveloppe die vanaf E157 uitkwam
er wel eentje bij bestellen. Bijbestellen uiteraard. Ik mocht nummer
vijfenvijftig kopen, niet nummer vierenvijftig krijgen. Vanaf dat moment
moesten mijn ouders elk jaar in de maand december bij meneer en mevrouw
Mensinga op visite. Ach, ze waren niet kwaad, maar deze meneer en mevrouw
konden geweldig om wissewasjes kibbelen. Dat was toch wel een opgave voor mijn
ouders. Toch deden ze het braaf en ik kreeg elk jaar met de Kerst een doosje
met daarin de nieuwste Eerste Dag enveloppen.
Tot 2007, toen overleed meneer Mensinga. Ik heb besloten om
niet zelf een abonnement te nemen bij de NVPH. De Eerste Dag enveloppen-verzameling
hoorde ook een beetje bij het bestaan van het mannetje. Bij nummer E562 is het
dus gestopt.
Deze week kwam ik dus nog drie stapeltjes met Eerste Dag
enveloppen tegen. Mijn albums waren echter bijna vol en ben daarom vandaag
nieuwe insteekhoezen gaan kopen bij postzegelhandel Bulterman op de Nieuwezijds
Voorburgwal. Een mooi klusje om de enveloppen nu netjes op te ruimen. Terwijl
ik druk doende was de enveloppen op volgorde te leggen vroeg mijn dochter me of
ik enveloppen spaarde. Ik heb haar uitgelegd hoe
het werkte met die Eerste Dag enveloppen met de postzegels en bijzondere
stempels.
Zo, net terug van vijf dagen Lissabon. Leuke stad, lekker rommelig. We
hadden een appartement gehuurd ipv een hotel; daar voel ik me meestal
nogal opgesloten in. Het appartement lag in een klein straatje in de
Barrio Alto (Rua da Paz), maar 100 m van de bekende tramlijn 28
vandaan. Vandaar uit was het dus makkelijk om de hele stad af te gaan.We
zijn een dagje naar de wijk rond het kasteel geweest, een dagje
Belem/Cascais waar we inderdaad het Jeronimos Klooster en de Torra de
Belem hebben bezocht. Leuke trip, al is het maar om even geen
trapje-op-trapje-af te hoeven lopen.
Maar... Het eten viel me tegen .
Volgens mij kunnen Portugezen gewoon niet zo goed koken. Of je nu
frites of rijst bij de lunch/hoofdmaaltijd krijgt, het is óf lauw, óf
slap, óf allebei. Ze schijnen beroemd te zijn om hun vis, maar daarmee
komen ze niet verder dan een vis 'op de huid bakken' en vervolgens laten verbranden .
Nee, daar hadden ze echt geen kaas van gegeten. Gelukkig is de koffie
overal aanwezig, en doe je je te goed aan de perfecte espresso's met
een zoetigheidje . Werkelijk meesters in de patisserie, als je het mij vraagt.
Een leuk tentje waar we de laatste dag terecht zijn gekomen is "Ondajazz" (http://www.ondajazz.com), een kelderbar/restaurant waar elke dag live muziek wordt gespeeld. Maar géén fado .
Niet dat ik niet van fado houd, maar we zijn nadrukkelijk gewaarschuwd
voor alle derderangs fado-restaurants die én matig eten leveren (maar
dat was eigenlijk geen uitzondering) én matige muziek ten gehore
brengen (optredens van 45 min ).
Tijdens ons avondje Ondajazz was een Spaanse Tango-groep die speelde,
zong en danste. Heel vermakelijk om een avond mee door te brengen. Ze
beginnen overigens wel pas om 23.00 uur te spelen.
Misschien dat ik
nog wel eens terug wil al is het maar doordat ik nu alleen wat
highlights gezien heb, en nog wel meer wil zien van de stad.
Leuk detail .
In Lissabon kan het ook regenen. De laatste dag was er regen voorspeld.
Met een paraplu moet je dan een eind kunnen komen. We moesten immers
nog wat souvenirtjes hebben, en dan ga je lekker met het trammetje naar
de wijk Baixa om een flesje port te scoren, wat piri-piri, en nog wat
merkondergoed voor de kinderen. Na een paar spetters begon het helaas
echt te regenen. Totdat het water met bakken uit de hemel viel en de
riolen het niet meer aankonden. Gevolg was dat we zijn gaan schuilen in
een winkel waar we even later in opgesloten zaten omdat het water tot
zo'n 30 cm (!) hoog kwam.
Kortom, behalve felle zon, kan het er ook spoken.
Rua da Prata:
en zo ziet het er uit als je opgesloten in een soort Portugese Xenos zit:
Volgens mij hebben ze inmiddels alweer droge voeten...
Cefalosporine á la pollo
Gezondheid
|
09 Juni 2010 | 19:48:13
Kip, wie is er niet groot mee geworden!
De Nederlandse veehouderij doet het in ieder geval geweldig. Nou kan je
met kip ook echt alle kanten op. Je kan kippen laten leggen en dan
krijg je eieren. Klontje boter in de pan, eitje er in, even laten
stollen en je hebt een klassiek onderdeel van het weekend-ontbijt. Je
kan ze plukken en dan heb je veren. Stop ze in een katoenen zak en je
kan er prima op of onder slapen. Je kan ze villen en dan heb je
kipfilet. Spuit ze vol water en je hebt een pump-up-the-jam plofkip
waar je heerlijke sateetjes mee kan maken.
Maar wat doe je met zieke kippen? Of erger: hoe voorkom je zieke kippen?
Die geven we antibiotica waarvan de rechter niet zo goed weet wat
ie er mee moet omdat het wel te koop is maar niet in de EU is
toegelaten (1). Hoe dat precies zit moet u aan Prof. Dik Mevius van het
Centraal Veterinair Instituut Wageningen vragen, maar het komt er op
neer dat het gebruik van ceftiofur (een cefalosporine) bij huisdieren,
varkens en koeien toegestaan is maar niet bij andere dieren. Nu kan je
een kip een huisdier noemen (hobbykip), maar als een dorp als Barneveld
van goed 50.000 inwoners zo’n drie miljoen kippen huisvest, dan spreek
ik over een uit de hand gelopen hobby. M.a.w. ceftiofur mag niet
gegeven worden aan opeetkippen. De superbacteriën die mede door dit
geselecteer in deze kippen steeds meer voorkomen, behoren niet tot één
soort. En dat is bijzonder.
Genen die verantwoordelijk zijn voor antibioticumresistentie kunnen
worden overgedragen door zgn. plasmiden. Een soort mini-chromosomen die
tussen bacteriën van dezelfde soort heen-en-weer springen. Maar hier
kan het ook worden overgedragen tussen bijv. Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae.
Immers, in 2001 zijn al patiënten in een ziekenhuis in Birmingham ermee
geïnfecteerd geraakt (2). Terecht merkt iemand op het kwaliteitsforum
“retecool” op dat het er op lijkt dat de overdracht en daarmee de
verspreiding van het gen voor ESBL op een virus of bacteriofaag lijkt
(3).
Dat is geen domme gedachte. Sommige genen voor ESBL liggen
mogelijk op plasmiden waar de eigenaar (bacterie) afhankelijk van kan
worden. M.a.w. als de met het plasmide geïnfecteerde bacterie, het
plasmide met het resistentie-gen er uit gooit, gaat hij zelf ten
gronde. Hiermee kan een natuurlijke selectie ontstaan op het vasthouden
en verspreiden van dit plasmide, zonder dat daar nog antibioticumdruk
voor nodig is. De grens tussen plasmiden en virussen/bacteriofagen
vervaagt hiermee. Hoe dit werkt is nog onduidelijk, die voorzichtigheid
hebben wetenschappers wel (4). Tot die tijd zal het veterinair gebruik
van cefalosporinen pas terug lopen als het voordeel voor de kip
afneemt, niet het voordeel voor de mens. Eet u smakelijk!
Referenties:
1. Hester van Santen. Een spuitje dat verboden is – Kippen krijgen
antibiotica om weerstand te verhogen. NRC Next, woensdag 10 maart 2010,
pp. 25.
2. First outbreak of infections caused by Klebsiella pneumoniae producing a CTX-M extended-spectrum ß-lactamase in the United Kingdom Communicable Disease Report Weekly vol. 13/1 (http://www.hpa.org.uk/cdr/archives/2003/cdr0103.pdf)
3. http://retecool.com/post/kip-het-meest-resistente-stukje-vlees-kip#c335333
4. Dierikx C, van Essen-Zandbergen A, Veldman K, Smith H, Mevius D.
Increased detection of extended spectrum beta-lactamase producing Salmonella enterica and Escherichia coli isolates from poultry. Vet Microbiol. 2010 March 27.
Betonrot. Het klinkt als ineenstortende Oost-Europese woonkazernes of Midden-Chinese viaducten over valleien waar honderden mensen door om het leven komen. Je gunt het je ergste vijand niet: betonrot. Je eigen huis rot onder je vingers vandaan...
Vorig jaar viel er een steentje van het balkon boven ons. Een paar weken later een brokje en toen nog een stuk. AAAARRRGGGHHHH!!!
HET BETONROTMONSTER!!!
Kijk een stukje uit het balkon:
En hier nog een stuk:
Alsof de hemel naar beneden komt...
Daarom de betonreperateur laten komen. Hij stelde ons gerust. Nee, het was geen kwaai- of mantabeton. Termen waarmee je tijdens een verjaardagsfeestje scoort!
Dit was slechts ongelukkig gemaakt beton waarbij de bewapening te dicht bij het oppervlak zit. Dan dringt er regenwater naar binnen en gaat de bewapening roesten. Precies zoals mijn architectevriendje ook al had gezegd.
Ja... maar nu?
Nu repereren. Woorden zeggen minder dan beeld, nietwaar?
en:
mooi he?
Keurig gestript tot op de bewapening. Met heel veel hogedrukspuitwater, en dan niet met een lullige Kärcher jongens... Deze man gaat tekeer met een hogedruk-compressor die zo groot is dat ie achter een busje vervoerd moet worden en voor op de stoep moet blijven staan. M.a.w. er zitten wieltjes onder. Dan met slangen door het huis om het water aan te voeren en spuiten maar. Water against beton!
Hahaaa... dat zal je leren... lelijk betonrotmonster!
En nu?
Nu ziet het balkon er zo uit:
Mooi hé?
As. maandag komt de betonreperateurmeneer terug om het weer te maken...
Scratch te vondeling gelegd!!
Kinderen
|
23 Maart 2010 | 19:02:25
Kijk nu!
Scratch is te vondeling gelegd voor ons huis! Hij is nog helemaal nieuw, al mist hij een oog . Wie o wie heeft Scratch hier aan zijn lotje over gelaten?
Laat het even weten... mail, bel, of kom langs...:
Marco Borsato, Jim Bakkum en Jamai Loman is het gelukt, Dries Roelvink
probeert het tevergeefs al jaren: doorbreken. En toch willen veel
mensen dat. Iets doen wat helemaal jouw ding is en waar iedereen van
zegt: “een doorbraak!”. Wij: Wetenschappelijke IJdeltuiten,
willen ook niets liever. Een doorbraak zorgt voor erkenning, waardering
en een heleboel status. Stel, je heet Ab Osterhaus, dat zou kunnen. Je
gaat een maand na de ontdekking van de Mexicaanse griep naar een groot
Europees congres waar de top van de Europese infectiologen,
internisten, arts-microbiologen en ik (WIJ) komen en je ziet bij de
ingang een 12 meter brede banner met: “Late breaker session: Update on
the H1N1 influenza A outbreak (A. Osterhaus, Rotterdam, the
Netherlands)”.
Nou, dat is best wel lekker, als je dat zo ziet staan.
Zo zag ik vandaag tijdens “EenVandaag” een reportage over een doorbraak
in MS-onderzoek. Patiënten met multiple sclerose hebben regelmatig een
vernauwing van hun afferente bloedvaten vanuit de hersenen. Hierdoor
treedt er stuwing op in de hersenen wat mogelijk leidt tot een verhoogd
ijzer-gehalte en dus tot een verhoogde concentratie vrije radicalen in
de hersenen die een rol spelen in het ontstaan van MS. De Italiaanse
vaatchirurg Paolo Zamboni (niet die van de schaatsdweilen!) heeft
patiënten behandeld door deze bloedvaten te dotteren. Door verwijding
van deze bloedvaten neemt de bloedstuwing af waardoor de bloedafvoer
weer normaliseert en de patiënt een verbeterde coördinatie van de
motoriek krijgt (1).
Dat mag best een doorbraak heten. Helaas wekken Italiaanse dokters
al snel argwaan. Onterecht? Ik denk het wel. Maar het valt ook niet mee
om na vele tientallen jaren onderzoek (en dan mag u uitrekenen wat dat
kost) opeens een ‘doorbraak’ te horen uit het verre Italië. Zo
verklaarde prof. Bernard Uitdehaag van het VU medisch centrum: „Het
VUmc is een topcentrum op het gebied van MS. Mensen moeten niet ineens
een toevlucht zoeken naar verre landen of plaatsen waar minder ervaring
met MS is. Of bij doktoren die zeggen: baat het niet, dan schaadt het
niet" (2). Het is daarom niet zo vreemd dat het VUmc eerst het
onderzoek wil herhalen, op een randomized-controlled manier. Nee, ik
verdenk prof. Uitdehaag niet van een WIJ; wetenschappelijk onderzoek
kenmerkt zich door zijn reproduceerbaarheid.
En nu? Afwachten, herhalen en een kans geven. Het klinkt zo
ontzettend niet-neurologisch, niet-endocrinologisch en
niet-celbiologisch. Maar hopelijk is het waar. Niet voor meneer
Zamboni, want die zal ik altijd blijven herinneren als de dweilmachine
op schaatsbanen, maar ik hoop het zó ontzettend voor al die mensen met
MS .
Referenties:
1. Zamboni P, Galeotti R, Menegatti E, Malagoni AM, Gianesini S,
Bartolomei I, Mascoli F, Salvi F. A prospective open-label study of
endovascular treatment of chronic cerebrospinal venous insufficiency. J
Vasc Surg. 2009 50:1348-58.e1-3.
2. In: Reformatorisch Dagblad, 4 december 2009 (webeditie).
Er is altijd wel iets om je druk over te maken. Soms
terecht, soms weet je het niet. In ieder geval maken we ons graag druk over
onze pubers.
Loop rond lunchtijd de supermarkt in de buurt van een
middelbare school binnen en je ziet de toekomst massaal aan de
caffeïne-houdende ‘energy drinks’, bij voorkeur van het huismerk (29 eurocent
per blikje) want ook onze kroost let op de kleintjes. Toch is de populariteit
van de ‘energy drinks’ niet onlogisch. Iedere ouder van een puber weet dat hij/zij
’s avonds het bed niet in te krijgen is, en ’s ochtends het de grootste moeite
heeft om het op tijd er weer uit te krijgen voor school, bijbaan of sportclub.
De puber heeft het dan ook niet makkelijk. Het is door zijn/haar verlate
melatonine-afgifte moeilijk in staat om in een roes van slaperigheid te raken,
terwijl het door de drukke activiteiten gedurende de dag die slaap wel nodig
heeft. Dit in de tijd verschoven patroon van dag-nacht ritme tov. de
maatschappelijk gevraagde lichamelijke activiteit kan een puber lelijk opbreken
en het kan zelfs leiden tot verstoringen van het immuunsysteem en mentale
depressiviteit (1). Kortom, de puber moet een list verzinnen: caffeïne.
Het is echter heel wisselend hoe de puber aan zijn caffeïne
komt. Een deel doet dat dmv. thee of koffie, denk aan de populariteit van bijv.
The Coffee Company. Wanneer je echter niet van koffie houdt – het is nog steeds
een soort tweedeling in de maatschappij, afwachten wanneer dat met wortel en
tak uitgeroeid gaat worden – kan de puber zijn toevlucht zoeken in de ‘energy
drinks’. De populariteit van de ‘energy drinks’ bestaat voor een deel uit
‘jongerencultuur’ en wordt gemarket als dé mogelijkheid om tot verhoogde
sportprestaties en mentale alertheid en performance te komen. Geen ouder die
dat gelooft natuurlijk. Maar op de vraag of de verhoogde caffeïne-inname leidt
tot slaapgebrek, verlaagde eetlust, maagklachten enz. zal die ouder steevast
“ja, natuurlijk!” antwoorden. Die mening blijkt echter genuanceerd te moeten
worden. Pubers die veel caffeïne binnenkrijgen uit ‘soda’ (lees:
“cola-drinkers”), hebben niet meer last van slaapgebrek, slaaponregelmatigheden
en afhankelijkheidsgevoel dan zij die nauwelijks caffeïne gebruiken. Heeft
caffeïne dan nog een voordeel? Dat hangt ervan af hoe je het gebruikt. Er zijn
pubers die alles door elkaar gebruiken: ‘soda’, ‘energy drinks’,
caffeïne-pillen en koffie; ik noem ze “alles-drinkers. Zij krijgen evenveel
caffeïne binnen als de gewone “cola-drinkers”. Die “alles-drinkers” ervaren
echter een verhoogde fysieke en mentale activiteit, bovendien zijn die pubers
’s ochtends significant eerder wakker. Dat komt goed uit, dan komen ze
misschien toch nog op tijd op school, bijbaan en sportclub. Helaas ervaren de
“alles-drinkers” overdag anderhalf tot twee uur meer slaperigheid (2). Kortom,
alsnog duffe pubers.
Terwijl ik dit schrijf vraagt mijn vrouw aan mijn zoon of
het niet beter is om op dit tijdstip van de ochtend een glas melk in te
schenken in plaats van een glas cola.
2. Alison Bryant Ludden &
Amy R. Wolfson. Understanding
adolescent caffeine use: connecting use patterns with expectancies, reasons,
and sleep. Health Education and Behavior. Oct 26, 2009: doi:10.1177/1090198109341783
Sonntag, 14. Juni 2009
Taal
|
01 December 2009 | 20:30:51
De wind waait over Unter den Linden. Toch is het mooi weer,
de zon schijnt een beetje ook al kan elk moment een spatje regen vallen. Mijn
vader en ik lopen naar een café met een mooie luifel die ons – in geval van
hemelnat – kan beschermen zodat we heerlijk kunnen genieten van de langslopende
mensen, het verkeer, maar vooral ook ons biertje. Het café draagt de mooie naam
‘Einstein’. Een etablissement waar heden ten dage nog BB (Bekannte Berliner)
komen. Logisch, ondanks het toeristengeweld straalt het nog de Oost-Europese
cultuurtraditie uit. Je bent in Berlijn en voelt een lijntje met Praag en
Warschau.
Naast mij nemen twee oudere heren plaats. Met de rug naar de
glasgevel en het zicht op de straat. Ook zij genieten van de junizon. Het is
half drie in de middag, zondagmiddag hé! De heren bestellen koffie met
appelgebak. Allebei een mooie kop koffie en één stuk appelgebak. Die delen ze.
De man naast mij heeft enige gelijkenis met Horst Tappert, ook al kwam die uit
München, zo moet ik maar geloven en zo wil ik dat ook. De man naast me vraagt
me of ik toevallig Nederlands spreek. Zo toevallig is dat uiteraard niet. Hij
spreekt het zelf ook.
De man vertelt me dat hij in 1964-1965 vanuit Nederland
verhuisde naar Berlijn. Hij sprak verschillende talen waar de geallieerden in
het verdeelde Berlijn veel behoefte aan hadden. Bovendien kon hij rekenen. En
zodoende kon hij bij de Britse geallieerden aan de slag als
boekhouder/vertaler/regelaar aan de slag. Tegenwoordig zou hij minstens een
goedbetaalde manager zijn. Het werk beviel hem goed. In Nederland was hij niet
verder gekomen dan een soort eerste bediende bij de NPS. Daardoor had hij wel
een mooie liefde voor radio en later TV gekregen. Zeker mooi, want leer het
maar waarderen in de midden jaren zestig, als jonge man van Gooise komaf. Die
feeling met de media kwam voor de Britten eveneens goed uit.
Uiteindelijk is hij nooit meer definitief teruggegaan.
Op mijn vraag hoe hij zo goed Nederlands heeft blijven
spreken antwoordde hij dat hij wel nog familie opzocht in Nederland. “Neefjes
en nichtjes, ziet u? Ik heb zelf geen kinderen, maar daarvoor in de plaats
bezoek ik graag mijn neefjes en nichtjes. Liesbeth List, kent u die? Dat is een
nichtje van me. In de jaren zestig mocht ik haar graag helpen met alle
toestanden die je overkomen als zangeres. Ja, nu hebben de artiesten daar
managers voor, maar Liesbeth niet. Nee, met mijn ervaring bij de NPS hielp ik
haar graag met allerlei technische details. Maar ook met het innen van de
rekeningen! Zonder betaalde rekening kan je nog geen kop koffie kopen.”
De man nam een laatste hapje van de appeltaart die hij
eerlijk deelde met zijn metgezel.
Na afgerekend te hebben bij de ober wenste hij mij een “Bijzonder
mooie middag”. Dat kan toch alleen een Berlijner je wensen?
Sint-Maartenskliekjestaart
Eten en drinken
|
12 November 2009 | 23:40:23
Jacques Brel in de iPod dock, wit wijntje op het aanrecht en beginnen maar...
Zes
grote Elstar appels schillen en klokhuisjes verwijderen. Dan ongezouten
roomboter om de springvorm mee in te vetten. Mmm, ongezouten roomboter
op kamertemperatuur is zóóó lekker! Toch maar niet van snoepen.
Vervolgens een pak appeltaartmix van een bekend merk in een kom
gekieperd, een ei en veel roomboter bijgedaan en 3 zakjes vanillesuiker
plus nog 3 fikse eetlepels fijne kristalsuiker. Zeg maar, van die
Duitse suiker. Ondertussen had ik al een onsje sultana's in de bruine
rum verzopen zodat ze flink opzwellen. En ondertussen maar zingen van
Rosa, Rosa, Rosa,... Rosé, Rosé, Rosas,... Rosé, Rosé, Rosas,... Rosa,
Ros, Rosis, Rosis. Pa-dam...
Lekker met de blote hand het deeg
goed doorkneden. Blijven kneden tot de suiker voelbaar begint op te
lossen in de roomboter. Die kan nu wel even wachten. Tussen, de
Nuttelozen van de Nacht, de Vesoul, en Jackie loop ik nog even naar
beneden om wat Koeien en Staarten aan te horen en de plaatselijke
bedelkindjes de zakjes te vullen met mininutsen, minikitkats,
minibrosjes, enzovoorts. Omdat we zelf niet meer in de ukken zitten
blijft het bij een enkeling beperkt, wat fijn is. Want dan schenk ik me
graag een tweede glas in, luister naar Le Port Amsterdam en Le Moribond
en zet de heteluchtoven op 165 graden precies.
Zo, die staat lekker te snorren.
Ondertussen
snijd ik de Elstars in halve schijfjes - dat is veel lekkerder dan
blokjes - en hussel ze met de verzopen rozijnen en nog veel meer suiker
door elkaar. Deeg mooi dun in de springvorm doen en een handgroot
bolletje achterhouden voor het hoedje. Dan het appel/rozijn mengsel er
in doen en het bolletje deeg met een deegroller zo uitrollen dat het
mooi op de taart past. Ja, oppassen, het is een dun velletje deeg.
Bestrijken met ei en dan in de oven. Zeg een uur.
Jacques zingt
alsof het een lieve lust is. Mijn meisje is inmiddels ook thuis gekomen
en we nemen de dag door. Op al het werk is dynamiek, dat mag me soms
wel wat minder. Gelukkig zorgen de kinderen - nee, niet die door de
straat lopen te kwaken - voor de leuke variant van dynamiek. Zo hebben
ze allebei een brief gekregen van de GG&GD om zich te laten testen
op Chlamydia. Altijd leuke onderwerpen voor aan de keukentafel.
Na
nog een wijntje is de taart klaar en kan ie afkoelen. Gelukkig gaat dat
snel. Pannetje water op het vuur voor de Au bain marie. Nee, dat is
geen Brel chanson, wel Marieke.
Eens kijken, de kinderen in de
straat hebben het een beetje laten afweten. Dan gaan de nutsjes, de
brosjes, de rolos en de kitkats toch gewoon lekker op de taart! Vier
zakjes Prinsessenglazuur in de Au bain marie en de taart geheel
bedekken met mierzoet glazuur met frambozensmaak. Let op, voor de
versiering de bovenkant ook bestrooien met mini smarties, want die
wilden de kindertjes ook niet.
Voilá, de Sint-Maartenskliekjestaart is klaar. Goed voor een hoop lol, een hoop Brel en een gezellig onderhoud met je meisje.